Voorbeelden van het gebruik van Oh god in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Heel erg bedankt. Oh god.
Ik haatte het. Oh God, ik ook.
Hoor mij en geef dit, Oh God, via Jezus Christus.
De bijenteelt lijkt een wrede hobby. Oh God.
Oh God, ja.
Die bruidegom en bruid verblijdt. Gezegend ben jij, Oh God.
Wil je me met rust laten? Oh God!
Oh God, hmm… Peter?
Oh god, dat is hard werken.
Ik haat dit deel. Oh God.
Nick. Wie? Oh God.
Nick. Wie? Oh God.
Ik… ik wil haar zien. Oh God.
Dinsdag? Oh God.
In de stad voor de regatta.- Oh God.
Mijn maandelijkse. Oh God.
Oh god, ik was zo bang.
Oh god, het is niet eens een mens.