Voorbeelden van het gebruik van Onheil in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
er een vloek rustte op de vlucht, onheil.
Onheil Onheil.
Luister, ik breng onheil over dat volk.
Moslims geloven dat de akika het kind beschermt tegen onheil.
Dat brengt onheil.
In 1566 zorgt de beeldenstorm of"kercksmytinghe" voor nieuw onheil.
Andermans geluk is onverteerbaar als je zelf door onheil getroffen bent.
Ze konden het onheil niet voorkomen.
Daarmee kan verder onheil vermeden worden.
Als je de stenen der kennis zou verenigen. Wat zul jij een onheil aanrichten.
Kolonel Forster is verstandig. Hij behoedt haar wel voor ernstig onheil.
Reinheid en onschuld, zoals bij ons. En verder betekent wit ook onheil in de nacht.
Degenen die onheil worden aangedaan, geven onheil terug.
Goeds kan van deze ontdekking komen, geen onheil!
Gebreken ontstaan door normale slijtage en bij ongelukken c.q. onheil, zoals brand- en waterschade.
Wat voor onheil heb je nu weer aangehaald?
Het onheil is hier, meneer.
Wat betreft onheil en slachtpartijen, bedoel ik.
Er vindt geen onheil plaats zonder dat het met Gods toestemming is.
Vast door het onheil van godin Ate.