Voorbeelden van het gebruik van Ook leren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Die moeten ook leren.
Kun je mij ook leren om zo hard te worden?
Hij zal ook leren deze.
Gelukkig kan Ron het ook leren.
Je moet niet alleen nemen, maar ook leren geven.
Ik moest ook leren opdrachten uit te voeren.
Heeft Max haar ook leren schieten?
Moet ik ook leren liegen tegen haar reclasseringsagent?
We moeten hem ook leren geen mannen te intimideren.
Je moet ook leren wat je niet leuk vindt.
Dat wil ik ook leren.
Dat moeten we 'm ook leren.
Kun je mij dat ook leren?
Jullie zullen ook leren.
sommige liedjes stimuleren ook leren.
Kun je mij dat ook leren?
Wilt u het mij ook leren?
Die moet 't ook leren.
Ik geef les aan de nieuwe rekruten, en ik ga het jou ook leren.
dat ga ik m'n kind ook leren.