Voorbeelden van het gebruik van Opbellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Uw telefoon wordt afgeluisterd, mocht ze opbellen.
Kan ik mijn vriend opbellen in het hotel?
Als u iemand wilt opbellen, vraag dit dan aan de politie.
U wilt opbellen? Bellen?
Blake wilde 112 opbellen. Om geld?
Kan je 'm niet schrijven of opbellen?
Moet je daarom gelijk de politie opbellen?
Zeg tegen de C.I.A. dat ze je thuis opbellen.
En dan zal je terugdenken aan dit moment en me huilend opbellen.
Ik ga opbellen.
Kan je je ouders opbellen?
Waarom laten we opa Sonny Malevsky niet opbellen, voor een bijdrage?
ik zei dat je moest stoppen met opbellen.
Jullie gaan iedereen in een straal van een halve mijl, opbellen.
U kunt ieder personeelslid van de Rekenkamer rechtstreeks opbellen.
Ik wilde je zo vaak opbellen.
Help jij me mensen opbellen?
Ik ga opbellen.
we het Internationaal Monetair Fonds opbellen.
Wil je alsjeblieft Dan Coackly even opbellen?