Voorbeelden van het gebruik van Opbellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het kan het me niet schelen. al moest je de Taliban opbellen.
En ik moet opbellen.
Bedankt voor het opbellen.
Ik wil een vriend opbellen.
Kan evengoed dan Sports Chat opbellen.
Ik moet echt een bel voor je kopen zodat je me kan opbellen.
Veel mannen die opbellen vertellen me.
Kan je mij even opbellen?
Iets over de sheriff opbellen.
Die korporaal uit Bohémien opbellen?
Ik wil haar opbellen.
Ik kan naar mijn auto gaan, de lokale rechtbank opbellen en een stuk papier aanvragen waardoor je me wel in jouw huis moet laten.
Werknemers kunnen ons opbellen als het bedrijf de regels en afspraken niet naleeft.
Is er iemand die je wil opbellen en verwittigen, terwijl wij hier wachten, Mijnheer?
zat ik gewoon ergens, en ik voelde dat ik iemand moest opbellen in de ashram van New York.
Moet ik soms de rechter opbellen, om hem te vertellen dat je er geen zin in hebt?
Ashely, kan je je vader opbellen om te zien of hij al geland is?
Als we je opbellen, dan zul je op je scherm gevraagd worden een nummer in te voeren;
Toen Johnny geopereerd was, heb ik hem verteld dat Ik je moest opbellen.
Ga nu niet de katholiek uithangen, want ik zal de paus opbellen en hem over Javier vertellen!