Voorbeelden van het gebruik van Oppassen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze moeten oppassen dat ze niet worden opgeblazen.
Leidt de deskundigen om eraan te herinneren de koper oppassen.
Liefje, je moet oppassen.
Ik ga chillen met Harper en daarna oppassen.
Nick moet nu oppassen.
Ik kan wel elke dag oppassen.
Oppassen hoe je tegen me praat.
Je moet oppassen waar je loopt.
Als Europeanen moeten we oppassen dat we er niet op aan worden gekeken.
Ik dacht dat je ging oppassen.
Zeg niet dat ik moet oppassen.
Voor goede mensen moet je oppassen.
Misschien moet je oppassen met wat je wenst.
Oppassen, jij, kleine boef.
Ik moet oppassen.
Het gaat niet om het plan, ze wil gewoon niet oppassen.
Ik denk dat jij moet oppassen.
moet je oppassen wat je eet.-Ja.
Khalil had moeten oppassen wie hij boos maakte. Jammer.
Bedankt voor het oppassen op Harrison.