Voorbeelden van het gebruik van Oppassen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik moet beter oppassen.
Roger moet oppassen.
Maar het Celebesspookdier moet wel oppassen.
We moeten wel oppassen.
We moeten oppassen.
We zullen moeten oppassen, Stelmaria.
We moeten oppassen.
We moeten oppassen.
Maar we moeten oppassen.
Oppassen. Een 50 gigawatt krachtveld.
Je mag wel oppassen, kleine Minnie.
Ik zou oppassen in het bos.
Oppassen, kreng.
Oppassen vanaf het vroege voorjaar De zonkracht verschilt van dag tot dag.
Oppassen voor andere!
Oppassen met je houding takje,
Oppassen, het is heel erg heet.
Oppassen, anders krijg je betonnen galoshes.
Ik zal beter oppassen.
We moeten oppassen.