Voorbeelden van het gebruik van Praatten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Waar praatten hij en Gaitonde over?
Soms praatten we over tuinieren.
We kwamen elke avond thuis en praatten over onze werkdag.
We praatten wat. Hij heeft een groot hart.
We praatten bijna de hele nacht.
We praatten altijd aan het eind van de dag.
We praatten alleen maar.
We praatten over zaken.
Jim en ik praatten elke dag. Hij kwam niet thuis.
We gingen wat drinken, praatten een uur lang.
Ja, maar ik wist niet dat ze enkel praatten in paragrafen.
Praatten jullie 2 uur en 50 minuten over werk?
Tasha en ik praatten vaak met elkaar.
We praatten alleen maar.
En wij praatten met hem. De lafaard.
We praatten maar wat.
Je doet alsof we hierover praatten.
We praatten zo'n drie uur.
We praatten niet meer met elkaar. Aan Brix.
We praatten, en.