Voorbeelden van het gebruik van Preek in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Een preek, goede vrienden, daarmee zal ik jullie verblijden.
Kreeg ik nu een preek van Jimmy Olsen?
Je krijgt geen preek.
Ik ben niet in de stemming voor een preek.
En Mr Eltons preek.
Ik preek tegen het vertoon en praal, van de Heren van de Kerk!
Is dit de preek waarin je uitlegt hoe we uit verschillende werelden komen?
Weet je wat nog ontbrak in je preek?
Geen preek.
Goed, dank je, Tess, voor deze preek over passende opvoeding.
Ik wil geen preek, Nic.
Eerst een verhoor en dan een preek. Dat is genoeg.
Oh, mijn preek.
Krijg ik nou echt een preek over gezichten?
Ga en preek deze religie in de westerse landen.
Ik hoef geen preek van jou, lul.
Hou je geen hypocriete preek over de code en teamwork en zo?
Bespaar me de preek.
zou ik je geen preek geven.
Ik heb geen preek nodig!
