Voorbeelden van het gebruik van Snotneus in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jimmy Early is geen snotneus, die een afspraakje probeert te versieren.
Uit de weg, snotneus!
Je bent een ondankbare snotneus.
Ik stel hier de vragen, snotneus.
Wie is hier voor een snotneus?
Denk je dat ik dat geloof, snotneus?
Waar heb je het over, snotneus?
Ik dacht het niet, snotneus.
Jij bent aan de beurt, snotneus.
Gouverneur. Die snotneus wil niet.
Luister naar me, snotneus.
Wat? Heb ik een snotneus?
Jullie hebben toch geen koutje, griep of snotneus?
Toon een beetje respect, snotneus.
Wie noem je een snotneus?
Hij is een snotneus.
Verspil je tijd niet, snotneus.
Bedtijd, snotneus.
Wil je oma je papegaai laten zien, snotneus?
Bij wie hoort die snotneus? Kop dicht?