Voorbeelden van het gebruik van Straft in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
God straft jou niet voor zijn zonden.
Straft u de zoon om de zonden van z'n vader?
Je straft me toch.
Ze straft me als ik stout ben geweest.
Ze straft ons.
Je straft ze, omdat ze anders zijn dan jij.
Mijn God straft fouten niet.
U straft mijn moeder, maar daardoor blijf ik ook een slachtoffer.
Jij straft kwaadaardigen.
God straft me niet, John.
Je straft me niet?
Waarom straft u mij?
Nu straft ze me.
U straft de verkeerde.
Je straft me voor die belachelijke avond.
Nee. God straft niemand!
Je straft me, dat is het.
Je straft jezelf. Verplichting.
Nee. God straft me.
Je straft mij de hele dag.