Voorbeelden van het gebruik van Trein in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Na de trein dacht ik dat je mijn nummer zou vragen.
De trein rijdt over een minuut verder!
Het gaat over dat ongeluk bij de trein.
Ik hou van reizen met de trein.
De trein vertrekt van spoor twee.
Trein vertrek stations in Vancouver naar Toronto.
De trein opent grenzen tot nieuwe gebieden…
De trein vertrekt om 10:30 uur.
Ik leg 't wel uit in de trein naar Pittsburgh.
En op 10 minuten loopafstand van de trein en het busstation.
Hij neemt dezelfde trein.
De trein rijdt weer.
Ik ken deze trein op m'n duimpje.
Trein vertrek stations in Berlin naar Karlsruhe.
Verfraaid binnen de trein, evenals de openluchtwerken, reclamenaambord, het plafond.
Waarom kunnen we geen trein nemen, zoals normale mensen?
Mijn trein gaat over een uur.
Op 18 mei 1885 vond er een belastingsproef plaats met een trein over de brug.
Het centrum van Birmingham is met de trein in 10 minuten te bereiken.
Ik heb je gisteren in de trein gezien.