Voorbeelden van het gebruik van Uitspelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wil je deze game uitspelen?
Volgens het EESC moet de EU deze troef uitspelen en verder versterken.
Ik zeg laten we het uitspelen.
Bij'Time Trial' moet men zo snel mogelijk een level uitspelen.
Daardoor kon hij dat seizoen niet uitspelen.
Toch gaat hij de wedstrijd helemaal uitspelen.
We moeten enkel onze kaarten goed uitspelen.
Of je eenvoudig een videospel wil uitspelen.
Ik heb een troef die je kunt uitspelen.
Ze tegen elkaar uitspelen.
We hadden de Kama Sutra kunnen uitspelen.
We moeten het spel uitspelen.
Waarom laat je me deze keer niet uitspelen?
Deze keer moet je het helemaal uitspelen.
En dan de scène uitspelen.
En als we het niet uitspelen?
We moeten het spel uitspelen.
Ik weet niet hoe alles voor ons verder zal uitspelen.
We moeten dit hoe dan ook uitspelen.
We laten Laszlo z'n spelletje gewoon uitspelen.