Voorbeelden van het gebruik van Warm zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Eet ze nu ze nog warm zijn.
Voordat de dekvloer vloer moet warm zijn.
Pak ze als ze nog warm zijn.
Dank je, lieverd. Moet wel warm zijn.
Eet ze nu ze nog warm zijn.
En het is onverschillig of het koud of warm zijn.
Maar moet het zo warm zijn?
Neem ze, zolang ze nog warm zijn.
Op sites met zwoegende bodems otmostku elketype moet warm zijn.
Hoe kan het nou om half acht s ochtends al zo warm zijn?
Tegen de tijd dat we ons eten op hebben, zal het warm zijn.
Het water moet nu warm zijn.
gevoed en warm zijn.
Als we gegeten hebben, zal het wel warm zijn.
Het water zal nu wel warm zijn.
laat me warm zijn.
Het kan nooit te warm zijn.
moet je kamer… warm zijn.
Het kan wat warm zijn, de koeler staat af.
Het kan wat warm zijn, de koeler staat uit.