Voorbeelden van het gebruik van Wat heeft zij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat heeft zij opeens?
Wat heeft zij met Mary te maken?
Wat heeft zij?
Wat heeft zij?
Wat heeft zij erbij te winnen door mij te dwingen af te treden?
Dat zegt zij. Al was het zo, wat heeft zij ermee te maken?
Wat heeft zij gedaan?
Wat heeft zij ingenomen?
Salvatore, wat heeft zij met ons te maken?
Wat heeft zij nou?
Wat heeft zij ineens?
Wat heeft zij?
Wat heeft zij nu weer?
Wat heeft zij ermee te maken?
Gadsie, wat heeft zij nou aan? Hallo.
Wat heeft zij met de Sumi te maken?
Wat heeft zij?
Wat heeft zij met familie te maken?
Wat heeft zij dat ik niet heb? .
Wat heeft zij ermee te maken?