Voorbeelden van het gebruik van We bellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We bellen Cass niet.
We bellen nog, Magda.
We bellen u terug.
Dus we bellen jullie?
Wie mogen we bellen?
We bellen iedereen op die we kennen.
We bellen met iedereen in de buurt met de hoop dat ze.
We bellen een taxi voor je.
We bellen je volgende week.
We bellen nog.
We bellen u zodra we iets weten.
Nee, we bellen de politie!
We bellen een ziekenwagen.
Als we bellen en daarom vragen.
We bellen Reid en Tyler.
We bellen de reddingsdienst.
We bellen iedereen af die met ze gewerkt heeft.
Oké, we bellen morgen.
We bellen de burgemeester en de politie.
We bellen alle waarschijnlijke doelwitten,