Voorbeelden van het gebruik van Zong in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Adebisi zong, snoof, zoog.
De eerste keer dat ik zong, was in The Bluebird Cafe.
Ik heb geprobeerd om bij te blijven met de Zong.
Later zong Joni Mitchell een duet met Johnny.
We moesten stoppen en je zong dat liedje steeds weer opnieuw.
Wat zong je? Klingon-opera?
Robinson zong altijd 'n liedje op 't eiland.
Dat nummer dat je zong, heb jij dat geschreven?
Ik heb geprobeerd bij te houden… met de Zong.
Hij zong als een kanarie. En?
Je zong al voordat je kon praten.
Iedereen zong, danste.
Mijn vader zong dat liedje voor mijn mam.
Jij zong het zo lieflijk, het was zoals.
Net zoals ik voor je zong in de wieg.
O, ja. Zong Din… Ja.
Hij zong een nummer uit een oude piratenmusical.
dus je zong dat liedje voor me.
Je zong vals.
Brace zong op dit lied het refrein.