Voorbeelden van het gebruik van Zoon terug in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geef mijn zoon terug.
Geef me m'n zoon terug.
Ik moet naar mijn zoon terug.
Breng mij zoon terug.
M'n zoon terug!
Wil je je zoon terug?
Ik kwam voor m'n zoon terug.
Je kan je zoon terug krijgen op een voorwaarde.
Dat zijn zoon terug rent naar de smerige varkensboerderij.
Haal je zoon terug. Hij heeft je nodig.
Als je zoon terug is.
Dat m'n zoon terug is en dat we weer compleet zijn. Marion, vertel het personeel.
Als je je zoon terug wilt, blijf je in de auto zitten.
U weet toch dat mijn zoon terug helemaal de oude moet worden?
Ik wil m'n zoon terug. Caleb.
Waarom geeft God uw zoon terug en neemt die van mij weg.
Max wil z'n zoon terug aan z'n zijde hebben.
Ik heb mijn zoon terug dankzij jou.
Want zo krijg je je zoon terug.
We krijgen je zoon terug.