Voorbeelden van het gebruik van Zoontje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik mis alleen m'n zoontje.
Hun zoontje Christopher hoorde schoten.
Z'n zoontje ligt in het ziekenhuis.
Het gaat over uw zoontje Keli'i.
Ja, voor haar zoontje.
Mijn zoontje is me afgenomen.-Jawel.
Waar was de voetbalwedstrijd van uw zoontje?
Zodra mijn zoontje is geboren, krijgt hij kleren van Lacoste.
De vader van m'n zoontje is net weer terug in ons leven… Ik begrijp het.
Woody en Kelly hebben 'n zoontje.
Meghan en ik hebben een zoontje gekregen, vanmorgen vroeg.
M'n zoontje had een wedstrijd.
Hij coacht het voetbalteam van zijn zoontje.
Je kunt beter je zoontje en m'n zus helpen?
Een klein rose drankje is genoeg om de pijn van mijn zoontje op te lossen.
Omdat ik een man en een zoontje had.
Ik neem m'n zoontje mee.
Dat zoontje van ze, Brian, een prachtig ventje.
In 2008 werd Meirhaeghe vader van een zoontje.
We noemen ons zoontje Cesare, net als uw vader.