Voorbeelden van het gebruik van Afspreken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Kunnen we afspreken om elkaar te vertrouwen?
kunnen we daarvoor een vergoeding afspreken.
We moesten allemaal met hem afspreken.
Wel kan men op EU-niveau bespreken en afspreken wat een redelijke prijs is.
Luister, ik wil iets met je afspreken.
Jij moet dan in Griekenland met Kimmy afspreken.
Wij kunnen daar afspreken met de bijzondere eenheden.
Ooit zullen we openlijk kunnen afspreken, maar nu nog niet.
We kunnen afspreken om niet te vechten.
Mocht je therapie bij mij overwegen, dan kunnen we een kennismakingsgesprek afspreken.
Ik zal niet met hem afspreken totdat dit voorbij is.
Laat ons wat afspreken.
We kunnen in het park afspreken.
Afspreken is leuk.
Wanneer kunnen we afspreken, voor je vervoer?
Laten we afspreken Hé!
Je kunt, en zult, voor morgen een overdracht afspreken.
Ik kan vandaag nog steeds afspreken.
Je mag met iedereen afspreken die jij wilt.
Ik wil iets met je afspreken.