Voorbeelden van het gebruik van Ander was in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De ander was een man.
De één was rijk en de ander was arm.
Eén camera was naar voren gericht en de ander was naar achteren gericht.
Jullie hadden beiden geen idee wie de ander was.
Dat is haar. Jullie hadden alletwee geen idee wie de ander was.
Ik wist niet dat er een ander was.
Ze zeggen dat het een ander was.
Ik wist dat er een ander was.
Holden heeft de veronderstelling dat Lemuel ander was afgewezen.
Ik wist zeker dat er een ander was.
Ik zag niet dat er een ander was.
Maar… laten we aannemen dat er een ander was.
Ik kon niet zeggen dat er een ander was.
De ander was kleiner.
De ander was zij.
Een ander was verdwenen.
De ander was.
Als 't een ander was, wisten we dat nu.
Ieder ander was meer bezig met zijn persoonlijke belangen.