Voorbeelden van het gebruik van Ben je bezig in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ben je bezig met je huiswerk?
Ben je bezig met iets nieuws?
Ik. Luister, ben je bezig dinsdagavond?
Waarmee ben je bezig?
Wat ben je bezig?
Pa, waarmee ben je bezig? Nu. Stoppen.
Hallo? Ben je bezig? Hallo?
Oh, ben je bezig met een puzzel?
Waarmee ben je bezig?
Ben je bezig?
Wat ben je bezig in mijn deurbel?
Ja. Ben je bezig met schrijven?
Waarmee ben je bezig?
Ben je bezig met Indiana Jones-dingen?
Als je in de Heer gelooft, ben je bezig Hem te zoeken.
Wat ben je bezig?
Ja. Ben je bezig met schrijven?
Het ene moment ben je bezig, het volgende moment.
Kunnen we later eens langskomen?- Ben je bezig?
Ohh! Waarmee ben je bezig?