Voorbeelden van het gebruik van Ben jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Tommy. Ben jij Richard? Tommy?
Milhouse, ben jij ooit bezeten geweest? .
Waar ben jij mee bezig? Ambrose?
En Jordan Jones ben jij, mijn vriend.
Oh, dat ben jij? Ja?
Tommy. Ben jij Richard? Tommy?
Hoe vaak ben jij voor haar doodgegaan?
Ben jij als kind misbruikt?
Maar dat ben jij, mijn geliefde Thor.
En dat ben jij, Jacob.
Of ben jij de dwaas geworden?
Ben jij Lapron?
Waar ben jij mee bezig? Ambrose?
Dat ben jij met Eddie.
De dader van dit mysterie ben jij, Kiawe!
Ben jij vergeten wat je vijanden hebben gestolen?
Duncan Fargo. Ben jij Duncan Fargo?
Hoe ben jij gered, Rebecca?
Dat ben jij. Michael Gordon.
En dit ben jij.