BEN JIJ - vertaling in Spaans

eres
zijn
worden
wezen
wel
estás
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
has
hebben
er
zijn
al
nog
daar
eras tú
jou was
es
zijn
worden
wezen
wel
serás
zijn
worden
wezen
wel
está
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
ser
zijn
worden
wezen
wel
estarás
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
estuviste
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu

Voorbeelden van het gebruik van Ben jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Waarom ben jij hier en zij daar?
¿Porqué está aquí y ellas allá?
Dakota Collegiate- BikeWalkRoll Hoe ben jij naar school gekomen vandaag?
Dakota Collegiate- BikeWalkRoll¿Cómo has venido hoy al colegio?
Ja, ik snap het maar… zo ben jij.
Sí, lo pillo pero… eras tú.
Kazik, ben jij aan de andere kant geweest?.
Kazik,¿estuviste en el otro lado?
Ben jij verantwoordelijk voor de logistieke processen in het havengebied?
¿O quiere ser responsable de los procesos logísticos en un área portuaria?
Door onze steun ben jij nooit alleen.
Con nuestro respaldo nunca estarás solo.
Natuurlijk ben jij je bewust van de veranderingen in de wereld.
Por supuesto que está al tanto de los cambios ocurridos en el mundo.
Jij… hoe ben jij mijn huis binnen geraakt?
Tú…¿Cómo has entrado en mi casa? Me ayudaron?
iemand een gevangene is, ben jij het.
alguien era un timo, que eras tú.
Ben jij in ooit Dodge geweest?.
Estuviste en Dodge? Por supuesto?
Hoelang ben jij in de stad?
¿Cuánto tiempo estarás en la ciudad?
Dan ben jij vast een van de gezondste mensen ter wereld.
Entonces debes ser una de las personas más sanas del mundo.
Esmeralda, ben jij ook aan 't staken
¿Esmeralda, también está en huelga como su compañera,
Hoe vaak ben jij de laatste jaren nog naar een bankkantoor gegaan?
¿Cuántas veces has ido a una oficina bancaria en el último mes?
De enige man in Texas die hem kan tegenhouden, ben jij.
Pensé que si alguien en Texas podía detenerlo, ése eras tú.
Ben jij gisteravond bij mij in huis geweest?.
¿Estuviste en mi casa anoche?
Dan ben jij van school en dan komt alles goed.
Para entonces estarás fuera de la escuela y todo estará bien.
Nou, dit is wel kritiek… Soms ben jij ongevoelloos.
Bueno, esto es una crítica a veces puedes ser insensible con todo.
Mijn normale bestaan ben jij op een zieke dag.
Mi normales existente que está en un día de enfermedad.
In dit geval ben jij dat.
En este caso, el objeto eras tú.
Uitslagen: 16912, Tijd: 0.0879

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans