Voorbeelden van het gebruik van Ben jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ben jij je vrienden kwijt?
Ben jij gevaccineerd?
Ben jij Chris Hill?
Waar ben jij naartoe gegaan?
Volgens mij ben jij een van die mensen.
Ben jij in Trostjantsa geweest? .
Ben jij Reaper? Andrew Michaels?
Dan ben jij dat ook.
Ben jij nu ook bang?
Wanneer ben jij blootgesteld aan chemicaliën?
Ben jij m'n beschermengel?
Waarom ben jij toch zo?
En ben jij zo goed?
Met Jack? Gay, ben jij op eendenjacht geweest? .
Ben jij niet met hem gaan jagen,?
Ben jij Karen Thanos?
En ben jij daarbij?
Ben jij het prototype vergeten?-Nee.
En nu… ben jij de uitverkorene.
Ben jij Smurf?