Voorbeelden van het gebruik van Bezielt in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat bezielt jullie, bende opgejaagde gekken!
Wat bezielt jullie?
Een grote commotie bezielt de mensen op de brug.
Wat bezielt hen?
Wat bezielt je? Matt!
Wat bezielt hem verduiveld?
Wat bezielt u?
Wat bezielt hen zoiets te doen?
Wat bezielt je toch?
Wat bezielt mij?
De thetan bezielt het lichaam en gebruikt het verstand.
Wat bezielt je om een kabinetschef te gaan beledigen?
Wat bezielt jou, Kevin?
Maar wat bezielt een mens om een camping te beginnen?
Oké, wat bezielt je?
Wat bezielt je om Lorenzo te verraden?
Wat bezielt jou?
Wat bezielt haar?
Wat bezielt jullie,?
Het bezielt een 3D-deeltje fontein gesynchroniseerd met het afspelen van muziek.