Voorbeelden van het gebruik van Dapper te zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je hebt weinig tijd om dapper te zijn.
Ik vraag je om met mij dapper te zijn.
Ik hoef nu niet dapper te zijn.
Je moet leren dapper te zijn.
Papa. Je moet leren dapper te zijn.
Je hoeft niet meer sterk, kalm of dapper te zijn.
Nee. Ik probeerde dapper te zijn.
En zal proberen ook dapper te zijn.
Maar je hoeft niet dapper te zijn… Je moet enkel dapper lijken voor je vader.
je hoeft maar 30 seconden dapper te zijn.
ze is niet dapper te zijn, maar ook een vechter.
Je hoeft alleen dapper te zijn, en ik kijk je aan, Ally,
Proberen om de gemeenste, de dapperste te zijn.
Hij tracht dapper te zijn.
Jij probeert dapper te zijn.
Help me om dapper te zijn.
Probeer nu niet dapper te zijn.
Ik probeer niet om dapper te zijn.
Het zijn aanmoedigingen om dapper te zijn.
Jessie vraagt hem om dapper te zijn.