Voorbeelden van het gebruik van Dat vertellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wil je dat vertellen?
Misschien moet je dat vertellen tegen de President van de Verenigde Staten.
Ik bedoel, waarom moet ik dat vertellen?
En hoe wil je dat vertellen?
Waarom zou hij dat vertellen?
Waarom zou ik dat vertellen?
Wanneer wou je dat vertellen?
En van wie mocht je dat vertellen?
En je kunt hen dat vertellen?
Waarom zou hij dat vertellen?
Als je iets weet, moet je dat vertellen.
Laat mij dat vertellen.
Waarom moest ze dat vertellen?
Hoe moest ik dat vertellen?
Waarom zou je dat vertellen?
Waarom zouden we je dat vertellen?
Kunt u Poirot dat vertellen?
Kun je me aankijken en dat vertellen?
Laat zij me dat vertellen.
Klinkt goed maar, wat kan ons dat vertellen?