Voorbeelden van het gebruik van De bons in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jij gaf mij de bons, weet je nog?
Wil je graag de bons krijgen?
Hij geeft Pete de bons en Ringo komt in de plaats.
Geef haar de bons?
Max heeft de bons gekregen.
Waarom? Jij gaf mij de bons, weet je nog?
Je had hem de bons kunnen geven.
Pikt de Bons Bus geen gays op?
Kreeg je de bons?
Geef hem dan de bons.
Ik dacht dat hij Ellie de bons had gegeven?
Ze gaf me de bons.
Als ze niet dezelfde zijn, Wie krijgt de bons?
Wij kregen de bons.
Dat is de reden waarom ik Jaff vorige week de bons gaf.
Ik vertel het Brian. Dan geeft hij je de bons.
Misschien geeft hij jou de bons.
Dus je geeft me de bons?
Zal ik hem nu de bons geven?
We krijgen de bons.