Voorbeelden van het gebruik van De eer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Alleen ik beslis of ik voor geld werk of voor de eer.
Zijn Konzert-Examen werd met de hoogste eer geprezen.
Zij die het zonder een zoon moeten stellen moeten God de eer bewezen hebben;
Daar zul je de eer voor krijgen.
Waar is de eer van Frankrijk gebleven?
Ik heb de eer teruggegeven aan de familie en de Kozakken veroverd.
Om de dood of de eer, jongen.
Maar deze historische reis is wel de allergrootste eer.
Gefeliciteerd, Kenji. Je hebt de hoogste eer behaald omdat je Aziatisch bent.
Daar zul je de eer voor krijgen.
Voor de eer, dan.
Gust, de eer is aan jou.
Wie het ook is zal geen wedstrijden vervalsen voor de eer.
Met wie hebben we de eer?
Laat de eer van mijn vader in mij voortleven!
Ik zal de eer delen Ira.
Voor de eer.
Ik zou de eer onder mijn stamleden verliezen.
Dan doe je het voor de eer.
We zijn bijeen om onze overledene de laatste eer te bewijzen.