Voorbeelden van het gebruik van De poen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jij barst van de poen, man.
Jouw rol is de poen ophoesten en dan te verdwijnen.
De poen is goed.
Chaligny's vrouw pikte de poen om de spelletjes te financieren.
Ik heb de poen.
Hebben jullie de poen?
Je was blij met de poen die we verdienden.
Waar is de poen, Lebowski?
Waar is de poen?
We willen de poen, Lebowski.
We kunnen de poen nog redden.
I krijg de poen, jij krijgt de schoen.
De poen is weg!
We gaan naar binnen, pakken de poen- Ja. en verdwijnen weer.
En de poen die u me beloofd had?
We delen de poen in tweeën.
Je had de poen moeten pakken.
De poen. Het geld?
Ik heb de poen. Sorry.
De poen. Daar gaat hij.