Voorbeelden van het gebruik van Een bui in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar ik ben niet in een goede bui vandaag.
A Bewolkte dag met af en toe een lichte bui.
Jij bent in een goede bui.
maar ook af en toe een bui.
Gelukkig ben ik in een goede bui.
Ik ben ook vandaag in een goede bui.
Ik ben in een gemene bui.
Ze was in een rare bui.
Wat ben jij in een goede bui.
Wat is Amanda in een goede bui.
Boy, Amanda is in een goede bui.
Die was in een goede bui.
Ik ben niet in een vrolijke bui.
Ik had een romantische bui.
Als je een creatieve bui hebt, praat dan over m'n speech?
Erg romantisch. Ik had een romantische bui.
Het heet een depressieve bui.
Hij was in een goede bui toen hij aan het ontbijt kwam zitten.
Bud, in een ruimdenkende bui vandaag?
Jij bent een Bui Doi, nietwaar?