Voorbeelden van het gebruik van Goed kind in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Tariq was vroeger een goed kind, Ghost.
En jij, zo'n goed kind.
Gerald. Het is een goed kind.
Jij… bent zo'n goed kind.
Zij is een goed kind.
Maar ik heb altijd gedacht als ik maar een goed kind op de wereld zette.
Maar ze is een goed kind.
Ze is een goed kind.
Maar het is een goed kind.
Ze is een goed kind.
Hij was goed kind.
Wees een goed kind, oké?
Een goed kind, een boef kind! .
Maar goed kind, jij bent een bijzondere.
N Goed kind grootbrengen.
Bent zo'n goed kind. Jij.
Bent zo'n goed kind. Jij.
Het is niet zo'n goed kind.
Ze is zo'n goed kind.
Het is goed kind.