Voorbeelden van het gebruik van Heere in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De Heere zij met uw geest.
Roy Heere, met het gezin.
Meneer. Heere, waar hebben zij het over?
Alzo zegge de Heere, de God van mijn heer den koning!
Word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.
De Heere is mijn Herder,
Op de brug staat de trotse Heere, de kapitein.
Alleen de Heere mag veroordelen, Broer Willoby.
Toen verstond Eli, dat de Heere den jongeling riep.
Zou het goed aflopen met kapitein Heere en zijn schip?
De Heere heeft de toekomst in onze handen gegeven.
De hoofdingang was in een straat die de De Heere heette.
En zo zullen wij altijd met de Heere zijn.
Naburige steden en dorpen: Heere, Baddeckenstedt en Haverlah.
En de hand van de Heere was met hem.
Heere was een zeeman die op zoek was naar bloeiende wingewesten.
En nu zien we dat de Heere neemt.
Heere zag dat ik slim was
En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.
Heere begon op mij toch ook wel een zonderlinge indruk te maken.