Voorbeelden van het gebruik van Iets vragen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik moet hem iets vragen.
God, ik moet iets vragen.
Hij wil je iets vragen.
We willen u iets vragen.
Nu mag ik iets vragen.
Je wilde me iets vragen.
Ik moet u iets vragen.
Mag ik nog iets vragen?
Dan wil ik ook iets vragen.
Ze wil je graag iets vragen.
Ik moet je nog iets vragen.
Oké, Brenda, ik gaje iets vragen.
Frida, ik ga je iets vragen.
Want ik moet je nog iets vragen.
Goed. Laat mij nu iets vragen.
Mogen we u iets vragen?
Laat me eerst iets vragen.
Mag ik je nog iets vragen?
Florian, de politie wil je iets vragen.
Ik wil iets vragen.