Voorbeelden van het gebruik van Janken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ga janken.
Maar Liam kan terug janken, toch?
Ik kan altijd wel janken tijdens Noorderzon.
Zelfs de stenen janken hier.
Janken bij de achterdeur.
Iedereen hier gaat janken.
Ik hoorde Gillespie janken.
Ze janken.
Ik zag Grant vanmorgen als een walvis janken.
Het lijkt wel of je gaat janken.
Ze jammeren en janken en vertelen verhalen als.
Amerikaanse vrouwen kunnen maar één ding: janken over seks met baas.
Ik hoorde 'm janken.
Ik denk dat ik kan hem horen janken als een klein meisje.
Je gaat janken.
Huil een beetje maar niet janken.
Het lijkt wel of je gaat janken.
Heel de tijd janken in plaats te weten dat je geluk hebt.
En weldra zullen de honden van de perditie janken op ons commando!
Je kan nu niet meer gaan janken bij de jufvrouw.