Voorbeelden van het gebruik van Jezelf in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Belast jezelf niet met dood gewicht.
Dit is een investering in jezelf.
Oh, spreek voor jezelf, John.
Vecht niet voor jezelf, vecht voor die ruimte.
dit is groter dan jezelf.
Voor het hotel en wat voor jezelf.
Ik wil dat jij jezelf voorstelt?
Dit is groter dan jezelf.
Herpak jezelf.
Iedereen weet dat je het voor jezelf houdt.
Nee Johnny, dat was jezelf.
Voor je kinderen, voor jezelf.
Vertrouw me als ik zeg, vertrouw jezelf.
Social media Zijn een verlengstuk van jezelf.
Jij bent in controle over jezelf.
Nu kun je jezelf helpen.
Niet voor hem, maar voor jezelf.
Jezus, Charlie. Spreek voor jezelf.
Help jezelf.
Maar je bent niet jezelf.