Voorbeelden van het gebruik van Leugen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Rapportage van een leugen in mijn naam en wetens zal hebben zijn.
Neem van mij aan dat een leugen altijd achterhaald wordt.
En Kevin Miller zegt dat het een leugen is.
Hij moet de leugen van de Führer verteren.
Het is geen leugen als ik echt aan 't poetsen ben.
Een leugen, die hij zelf had bedacht.
Jouw verhaal was één grote leugen.
Alles wat ik geloofde was 'n leugen.
Als je ophef over een leugen maakt, denkt men dat je liegt.
Het was geen leugen.
Gij, die Mij hebt vergeten, en op leugen vertrouwt.
En nu kost je leugen ons onze kleindochters!
Roodhandige leugen.
We hebben eerder gelezen dat de Duivel een leugen vertelde tegen de eerste vrouw, Eva.
Maar gisteravond… Dat was geen leugen.
De waarheid en de leugen.
Ik geloof in de leugen.
Ik weet niet of het een leugen was.
Rebecca zorgde met een leugen voor een spoedvergadering.
Je wist best dat dat een leugen was.