Voorbeelden van het gebruik van Lieg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Vanaf dat je hier bent lieg je er op los, maar nu is het afgelopen.
Toch lieg je.- Welke tanden?
Lieg, Castiel.
Dus dan lieg je maar tegen ons?
Lieg je weer?
Ik lieg nooit.
Lieg je tegen me?
En lieg nooit.
Lk lieg nooit tegen je.
Ik lieg nu al maanden tegen iedereen.
Ik lieg niet tegen mezelf over mijn vader.
Lieg je tegen me, jongen?
Ik houd niet van m'n man en ik lieg.
Dus als ik lieg, is dat meineed.
Absoluut. Nu lieg je tegen een priester.
Lieg niet tegen me.
Waar lieg je nog meer over?
Hmm twee. Ik lieg soms altijd nooit.
Absoluut. Nu lieg je tegen een priester.
Als ik lieg, zijn we beiden dood.