Voorbeelden van het gebruik van Moest werken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Lin moest werken.
Dat ik van die prikkels had waar ik aan moest werken… impulsbeheersing.
Nee. Ik moest werken.
Ik moest werken en zij had vrij.
maar Naomi moest werken.
Hoe hard ik moest werken om hier te komen?
En ik had gezegd dat ik aan de solo met Abigail moest werken.
Maar je moest werken. Ach, ja.
Mam moest werken, de kinderen moesten zichzelf redden.
Ik blijf altijd bij haar als mijn moeder moest werken.
Ik zeg wel dat je moest werken.
Ze moest zich concentreren, ze moest werken.
Ik dacht dat je moest werken.
Hij zei dat hij over moest werken.
Maar we dienen eraan te denken"hoeveel" Hij voor ons moest werken.
Maar ik moest werken.
En daarom verloor je je internettoegang als je moest werken.
Nou, je moest werken.
Frank, ik zei net dat ik moest werken.
Dat ik laat moest werken.