Voorbeelden van het gebruik van Moet koken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het moet koken.
Lafayette moet koken, maar die is altijd te laat.
Ik moet koken, ik moet schoonmaken, ik moet huilen.
Ik moet koken.
Assepoester moet koken.
En trouwens, ik moet koken.
De laatste in 't water moet koken.
Ik zou graag weten of ik vanavond moet koken of niet.
wil ik niet dat je moet koken.
Je weet toch nog wel hoe je moet koken of niet soms?
Weet je nog dat jij vanavond moet koken?
Ana. Ik moet koken.
Maar dit is niet de eerste keer dat ik voor ons moet koken.
Ik ben ook een goede zanger, maar ik moet koken.
Ze zeggen altijd dat je moet koken met hart en ziel.
Omdat ik volgens mevrouw naast overal voor betalen ook nog moet koken, schoonmaken… Omdat… Zijn dat excuses?
Ik moet koken voor een prachtig meisje… dat 'n goede kok is. Geweldig.
Men zegt dat je moet koken met je hart en ziel…
Feeny zegt dat ik iets moet koken.
De prijs van deze henna is hoger dan die van degene die je zelf moet koken.