Voorbeelden van het gebruik van Narigheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De narigheid kan nu beter opgelost worden, man.
Ondanks alle narigheid nu.
Nee, alleen maar narigheid.
We willen geen narigheid, Carlos.
we konden verwachten vol woede en narigheid.
Onfeilbaar, maar heel goed in excuses voor historische narigheid.
Deze narigheid kan allemaal zo ophouden,
Jij ziet narigheid toch aankomen?
Ik zie 'n hoop narigheid.
Ik zit weer in de narigheid.
Hij wou zijn meester troosten en de narigheid samen met hem trotseren.
heerlijke deprimerende narigheid.
Wat voor narigheid? Narigheid.
Hopelijk kunnen we narigheid vermijden vandaag.
Onfeilbaar, maar heel goed in excuses voor historische narigheid.
Om te vergeten alle narigheid, die hij had beleefd.
Als ie er weer vandoor is gegaan, zal de narigheid hem achtervolgen.
Er zijn niet alleen migratiestromen ten gevolge van narigheid.
Opgeslokt worden door alle narigheid van de wereld.
Als je van bloedkanker afkomt dan kun je in andere narigheid terechtkomen.