Voorbeelden van het gebruik van Narigheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En ik mag dat soort narigheid zeggen!
de Amerikaanse regering schuldig is aan deze narigheid.
We hebben narigheid.
Een koe is een hoop narigheid in een leren zak.
Wij willen geen narigheid.
Hier allemaal waren egaal in de narigheid.
We willen geen narigheid, Carlos.
Lk wil geen narigheid.
Hij wil geen narigheid.
Veel narigheid.
Wat een narigheid.
Iets onzichtbaars zorgt voor narigheid op 5th Avenue.
Een credit card redt je meestal uit de narigheid.
U bespaart uzelf een boel narigheid.
Betekent dit nu dat ik eindelijk uit de narigheid ben?
We willen geen narigheid.
Ik wil geen narigheid.
Ik wil geen narigheid.
Krijg ik narigheid.
Ik wil u alleen veel narigheid besparen en misschien zelfs de wereldvrede bewaren.