Voorbeelden van het gebruik van Nog klein in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nee, hij is nog klein.
Lauren noemde me zo als we nog klein waren.
Hij is nog klein, maar hij is aan het rollen.
Het is dit jaar zo droog dat de vruchten nog klein en licht zijn.
Tom en Lily zijn nog klein.
Ja, toen ik nog klein was.
Zijn moeder stierf toen de kinderen nog klein waren.
Ik was dus nog klein.
Marges Maar de marges zijn nu nog klein tegenover grote risico's.
En dat is jouw papa, toen hij nog klein was.
In Spanje was de bolsjewistische invloed nog klein.
He hoor eens… Frank's moeder stierf toen hij nog klein was.
Onze kinderen waren toen nog klein.
Ze was nog klein.
Maar je zei dat het nog klein was.
Hij ging ervandoor toen ik nog klein was.
Toen was de wereld nog klein.
We zijn er elke zomer geweest toen ze nog klein was.
Ze is nog klein.
Ze zijn van toen je nog klein was.