Voorbeelden van het gebruik van Nog klein in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij stierf toen ik nog klein was.
Ik heb dit ding gezien toen ik nog klein was!
Ja. Maar toen was ik nog klein.
Hij is nog klein.
Ze zijn nog klein.
Ze stierf toen ik nog klein was!
M'n ouders stierven toen ik nog klein was.
Ze verongelukten toen hij nog klein was.
Ja, hij was toen nog klein.
Huilend. Ik was nog klein.
Toen was ik nog klein.
Toen de kinderen nog klein waren.
Tylers moeder overleed toen hij nog klein was.
Hij overleed toen ik nog klein was.
Ze zijn al een tijd overleden toen ik nog klein was.
Ik heb je gekend toen je nog klein was.
was ze nog klein.
Juist, maar toen hij nog klein was.
Toen mijn kinderen nog klein waren… zijn ze wel vaker ongehoorzaam geweest.
U was altijd magisch… zelfs toen we nog klein waren.