Voorbeelden van het gebruik van Nu slapen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Kom. Hij gaat nu slapen.
Ik ook. Ga nu slapen.
Inderdaad. Je gaat nu slapen.
Ze moet nu slapen.
En nu slapen, niet meer praten.
En nu slapen… Als je kan.
Ze is nu slapen, ik wil haar niet storen.
En nu slapen, niet meer praten.
En nu slapen, punt uit!
En nu slapen, goed?
Of je krijgt een trap. Nu slapen.
En ik zal je injecteren zodra ze contact met je maakt. Nu slapen.
Je moet nu slapen!
Ik ga nu slapen, oké?
Blijf je nu slapen, baby, Mm?
Nu slapen ze… maar ze horen
Ze moet nu slapen, arme ding.
Ga nu slapen, Scatcherd.
Je gaat hier nu slapen voor een nacht en stoppen met klagen.
Je moet nu slapen. Ga maar.