Voorbeelden van het gebruik van Sloeg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je sloeg die oude man neer.
Hij sloeg met opzet op de bovenkant van een auto….
Jij sloeg me in m'n gezicht.
U sloeg haar dus met een cricket bat.
En hij sloeg haar. En?
De klok sloeg net middernacht, Assepoester. Ja?
En die man sloeg hem en wondde hem.
Hij sloeg haar tegen de muur.
Sloeg mama ook met de deuren?
Iemand sloeg me bewusteloos.
Ik sloeg een dolfijn, geen haai.
In mijn droom sloeg u hem. Nee!
En toen sloeg ze me.
Maar hij sloeg mijn moeder.
En hij sloeg op mijn hoofd met de steen.
Amateur Zwart student sloeg door de priester in een klas.
Wie sloeg Abimelech, den zoon van Jerubbeseth?
Ze sloeg zijn schedel in met een knuppel en belde een ambulance terwijl hij stierf.
Ze sloeg me net bewusteloos.
Ze sloeg met deuren.