Voorbeelden van het gebruik van Straks in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Straks is het te laat!
En straks ga je Zuhair ontmoeten.
Jij zit straks in Parijs.
Straks komt ze en zegt ze tegen u.
Ik zie je straks in de cantina.
Straks lopen we de hele dag rond
Kan ik straks met jullie meerijden?
Straks brand je een gat in je maag.
Je bent straks in goede handen.
Straks wordt ze wakker en ziet ze jullie.
Straks weet iedereen wie je bent.
Straks zijn we bij de keukens van broeder Salt.
Ik zie u straks in uw kantoortje.
U kunt straks weer een gelukkig pas getrouwde zijn.
Straks ga ik nog moeten beginnen met thuis alleen wijn te drinken.
En straks zien jullie mij ook op tv.
Straks geef ik toe aan een onbeheersbare drift.
Straks ben je weer helemaal beter.
Maar straks zul je zeggen.
Straks breekt hij zijn pols.