Voorbeelden van het gebruik van Tellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het zijn onze akties die uiteindelijk tellen.
Leer ons zó onze dagen tellen.
Niet zolang we lichamen tellen.
Wanneer microseconden tellen, laat Nighthawk uw spel versnellen.
De zes beste resultaten tellen mee voor de eindstand.
Ik ben aan het tellen en het werkt niet.
Voor ons tellen alleen de belangen van Rome.
We tellen ze allemaal op.
Maar dit zijn de enige twee die tellen.
Guangdong en Hongkong samen tellen 66 miljoen inwoners.
Ik wist niet eens dat hij kon tellen.
We tellen slechts 50 hier, Jesse.
Alle kloostervleugels tellen drie verdiepingen met hoog opgaande zadeldaken.
Twee tellen maar.
Ik was de auto's aan het tellen, Ray. Ik weet het.
Nu tellen we alle honderden op.
Momenteel tellen we twintig winkels in Noord-Frankrijk.
Bij een romper tellen alleen de billen.
Het zijn de kleine dingen die tellen.
Leer ons onze dagen tellen.