TELLEN - vertaling in Spaans

contar
vertellen
rekenen
hebben
beschikken
zeggen
tel
conteo
tellen
telling
aantal
count
recuento
telling
aantal
tellen
count
hervertelling
laag aantal
tally
recalculation
celgetal
contabilizar
tellen
te boeken
worden verantwoord
rekening houden
worden meegeteld
worden meegerekend
worden geboekt
suman
optellen
toevoegen
oplopen
toe te voegen
aansluiten
op te tellen
scoren
samen
tel
scharen
importan
importeren
ook
hoe
invoeren
schelen
uitmaken
worden geïmporteerd
maakt niet
tienen
hebben
krijgen
er
beschikken
bezitten
moeten
cuentan
vertellen
rekenen
hebben
beschikken
zeggen
tel
contando
vertellen
rekenen
hebben
beschikken
zeggen
tel
cuenta
vertellen
rekenen
hebben
beschikken
zeggen
tel
contabilizan
tellen
te boeken
worden verantwoord
rekening houden
worden meegeteld
worden meegerekend
worden geboekt

Voorbeelden van het gebruik van Tellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Tellen tot tien met ander voedsel.
Contemos hasta diez árboles.
Geen drugs tellen waar dat kind bij is.
No cuentes drogas enfrente del niño.
Bij zonsopgang tellen we onze verliezen. Om ze daarna in de aarde te stoppen.
Amanece, contaremos nuestras pérdidas y sembraremos la tierra con nuestros muertos.
We sluiten onze ogen en tellen tot 100.
Cerraremos los ojos y contaremos hasta 100.
Je had moeten tellen.
¡Tenías que haberlos contado!
Velen, velen, ze zijn nog aan het tellen.
Muchos de gravedad. Aún no los han contado a todos.
Je moet nu voor mij terug tellen vanaf 10, oké?
Necesito que cuentes del diez hacia atrás,¿está bien?
Ik wil dat je het geld er uit haalt, en het langzaam gaat tellen.
Quiero que saques el dinero y lo cuentes bien lento.
Laten we onze zegeningen tellen.
Contemos nuestras bendiciones.
Maar niet, niet meer tellen.
Pero no… No cuentes.
Laten we ze tellen.
No lo sé. Contemos.
Je moet mee tellen met mij.
Necesito que cuentes conmigo.
niet tellen.
no que las cuentes.
Degenen die al zijn ontsnapt, tellen nu honderdduizenden.
Los que ya han escapado ahora están contados entre cientos de miles.
We kunnen beter de stappen tellen hier.
Será mejor que contemos los pasos aquí.
Je hoeft m'n poriën toch niet tellen?
No es necesario que cuentes mis poros,¿no?
Ze hadden tot vijftig kunnen tellen.
Podrían haber contado hasta 5.
Haal het geld tevoorschijn, dan kan ik 't tellen.
Saca el dinero y lo contaremos.
Hoe kunnen ze ons vrijlaten in vijf tellen?
¿Y cómo demonios iban a entregarnos si solo contaban hasta cinco?
Hij moet alles twee keer tellen.
Los has contado dos veces.
Uitslagen: 5910, Tijd: 0.086

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans